Welke andere verzoeken kunnen bij een echtscheiding aan de rechter worden voorgelegd?

Gelijktijdig met een verzoek tot echtscheiding kan een verzoek tot het treffen van één of meer van de volgende nevenvoorzieningen worden gedaan:

  • vaststelling van kinderalimentatie;
  • overige voorzieningen betreffende de kinderen (gezag, omgang);
  • toekenning van partneralimentatie;
  • voorzieningen met betrekking tot de verdeling van de gemeenschap;
  • voorzieningen met betrekking tot verrekening van inkomsten of vermogen op grond van huwelijkse voorwaarden;
  • voorzieningen met betrekking tot het gebruik van de voormalig echtelijke woning of de toewijzing van het huurrecht;
  • een andere voorziening, mits deze voldoende samenhang vertoont met het verzoek tot echtscheiding en niet te verwachten is dat de behandeling daarvan tot onnodige vertraging van het geding zal leiden.

De andere echtgenoot kan in het verweerschrift bezwaar maken tegen de door de verzoeker gevraagde voorzieningen en tevens zelf een verzoek tot het treffen van nevenvoorzieningen doen (het "zelfstandig verzoek"). In dit laatste geval krijgt de echtgenoot die het oorspronkelijke verzoek tot echtscheiding heeft ingediend nog een termijn van vier weken om daartegen verweer te voeren. Tijdens de zitting komen alle door partijen verzochte nevenvoorzieningen aan de orde.

De rechtbank geeft in beginsel vier weken na de zitting een eindbeschikking, waarin over de echtscheiding en alle gevraagde nevenvoorzieningen wordt beslist. Het komt ook voor dat de rechtbank de echtscheiding uitspreekt en de zaak ten aanzien van één of meer nevenvoorzieningen aanhoudt, bijvoorbeeld omdat relevante informatie ontbreekt. Daarover wordt dan op een later moment beslist.

2011 Leeman Verheijden Huntjens advocaten | disclaimer | sitemap
Ondernemend in zaken