Hoe verloopt een echtscheidingsprocedure
op gemeenschappelijk verzoek?
Echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek, dus met inschakeling van één advocaat of bemiddelaar, is mogelijk als de echtenoten het over de hoofdzaken van de gevolgen van de echtscheiding eens zijn, dus over de kinder- en partneralimentatie, over het gezag over de kinderen, over de omgangsregeling en over de verdeling van het vermogen. Indien tijdens de behandeling van het gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding toch nog geschillen tussen de echtgenoten ontstaan, dan kan de gezamenlijke advocaat/bemiddelaar die zij hebben aangezocht, niet meer voor hen optreden. Hij kan dan zijn bemiddelende rol niet meer goed vervullen. De echtgenoten zullen dan ieder een eigen advocaat in de arm moeten nemen.
Het gemeenschappelijk verzoek wordt door tussenkomst van de advocaat, ingediend bij de rechtbank. Onderdeel van het verzoek is het echtscheidingsconvenant (13). De rechtbank doet ongeveer drie weken na de indiening van het verzoek uitspraak.
Als de rechter de echtscheiding heeft uitgesproken, is de echtscheiding nog niet definitief. Daarvoor is nodig dat de echtscheidingsbeschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Beide echtgenoten moeten daartoe een zogenaamde akte van berusting ondertekenen. Met deze twee akten kan de advocaat, in het algemeen binnen enkele dagen, voor inschrijving van de beschikking zorg dragen.
Als één echtgenoot geen akte van berusting ondertekent, kan de andere echtgenoot na drie maanden bij de rechtbank een zogenaamde verklaring van non-appel vragen. Met deze verklaring kan de echtscheiding alsnog worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Op de datum van de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand wordt het huwelijk definitief door echtscheiding ontbonden.

